Niet met de wapenen der barbaren
- vitas513
- 17 jan
- 9 minuten om te lezen
Een herinnering aan Herman Noordegraaf (1951-2025)
Het zal rond 1994 zijn geweest dat ik op een zondagochtend naar Hilversum afreisde om deel te nemen aan het VPRO-radioprogramma OVT. Niet lang daarvoor had ik mijn boek afgerond over de geschiedenis van de Nederlandse sociaaldemocratie, die toen honderd jaar bestond. In de studio zou ik, met nog twee anderen, geïnterviewd worden over wat ik maar even samenvat met de term ‘socialisme’. Iets wat je je nu nog moeilijk kan voorstellen.

Ik liep er heen vanaf het station waar ik een afspraak had met een van die twee anderen. Dat was Herman Noordegraaf. Schuchter als altijd was hij het die me enig zelfvertrouwen meegaf voor een van de zeer zeldzame radio-optredens die ik heb gehad. De woorden die me als eerste te binnen schieten als ik aan deze eenmalige ontmoeting met hem terugdenk, zijn vriendelijkheid en integriteit. Bovendien was hij zeer belezen en beschikte hij over veel kennis van de arbeidersbeweging. In al zijn schakeringen, want hoewel hij in datzelfde jaar 1994 was gepromoveerd op het denken van anarchistisch socialist Bart de Ligt, zou hij later in de PvdA actief worden.
OVER BART DE LIGT
Herman Noordegraaf overleed op 18 november jl., 74 jaar oud. Dat is dus al een paar maanden geleden en ik had geen reden gezien aandacht te besteden aan zijn dood. Anderen konden dat veel beter, dacht ik. Tot mij plotseling te binnen schoot dat ik eerder op een indirectere manier met hem in contact was gekomen. Hij had een artikel geschreven voor het tijdschrift Dilemma, waar ik redactielid van was en dat was opgericht door ontevreden ex-leden van de toen al zieltogende Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). Het artikel uit 1988, dat hieronder te lezen is, stond in het teken van de vijftigste sterfdag van Bart de Ligt. Hij kan worden beschouwd als een van de grondigste doordenkers van het vraagstuk van geweld in de strijd voor maatschappijverandering.
Het artikel kan ook gelezen worden als postuum eerbetoon aan Herman Noordegraaf zelf, voor wie socialisme vooral ook menselijkheid betekende. Voor een uitgebreid in memoriam kan de lezer onder meer terecht op de website van de Raad van Kerken. Een passende verwijzing omdat hij specialist was op het gebied van het christensocialisme, met een speciale voorliefde voor de ‘rode dominees’ die Nederland had gekend en van wie De Ligt er een was: https://www.raadvankerken.nl/nieuws/2025/11/in-memoriam-herman-noordegraaf
50 JAAR NA DE DOOD VAN BART DE LIGT (1883-1938)
‘Als ge vrede wilt, bereid u dan voor op gerechtigheid en vrijheid’
Herman Noordegraaf, die regelmatig over Bart de Ligt publiceerde en een van de initiatiefnemers was van het Bart de Ligt Fonds, stelt hem aan ons voor. Hij gaat in op de betekenis van De Ligt's antimilitarisme en geweldloosheid: een pleidooi voor een 'kruistocht' tegen militarisme en kapitalisme, maar dan zonder de 'wapenen van de barbaren'.
Op 3 september zal het vijftig jaar geleden zijn dat Bart de Ligt overleed. De naam van een van Nederlands meest vooraanstaande vredesactivisten uit deze eeuw zal velen weinig of niets meer zeggen. Toch kan kennisname van leven en werk van deze man, die de ‘oorlog aan de oorlog’ verklaard had en daar de consequenties uit trok, ook voor de hedendaagse doordenking van vragen van oorlog en vrede van belang zijn.

Allereerst een aantal biografische gegevens: Bartholomeus de Ligt werd op 17 juli 1883 geboren als zoon van een predikant, die tot de orthodoxe stroming binnen de Nederlandse Hervormde Kerk behoorde. Reeds in zijn jeugd begint de verwijdering van dit milieu door kennis te nemen van allerlei sociale en literaire lectuur.
Na zijn studie theologie werd hij predikant in Nuenen (1910). In datzelfde jaar trad hij met een aantal geestverwanten toe tot de Bond van Christen-Socialisten (BCS). De Bond was een kleine politieke groepering waarvan de leden op grond van het christelijk liefdesbeginsel kozen voor het socialisme en streden tegen het kapitalisme, omdat dit vloekte met dit beginsel. In officiële christelijke kringen bestreed men de bond fel, omdat men meende dat christendom en socialisme niet te verenigen waren. De Ligt werd bestuurslid en redactielid van het blad Opwaarts. Al spoedig werd hij ook 'ideologisch' een van de meest invloedrijke leden.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was hij een van opstellers van het manifest De schuld der kerken, waarin de verbinding van de kerk met het militarisme en imperialisme werd gehekeld. De Bond was de eerste partij die zich uitsprak voor demobilisatie (1915).
Actief was De Ligt in de dienstweigeringsbeweging, wat hem in 1916 vijftien dagen in de gevangenis bracht. Reeds eerder was hij uit de zuidelijke provincie verbannen wegens een felle antimilitaristische preek. In een geloofscrisis geraakt, verliet hij in 1919 de kerk en ook de BCS. Onverminderd zette hij zijn acties voort in anarchistische en antimilitaristische organisaties.
Geruchtmakend werd zijn redevoering op een massale protestdemonstratie tegen de gevangenschap van de in hongerstaking gegane dienstweigeraar Herman Groenendaal: ‘In naam van Jezus Christus, in naam van Marx, in naam van Bakoenin, in naam van Kropotkin, in naam van Tolstoi en in naam van Groenendaal’ ruide hij de menigte op om alle slecht werk te laten, te weigeren kazernes en gevangenissen te bouwen, te weigeren oorlogsmateriaal te vervaardigen en te weigeren in militaire dienst te treden (1921). Wegens poging tot opruiing werd De Ligt vervolgens tot 26 dagen gevangenisstraf veroordeeld.
In 1925 vestigde De Ligt zich met zijn gezin in Zwitserland vanwege zijn zwakke gezondheid en om meer tijd voor studie te hebben. Hier bleef hij tot zijn overlijden (3 september 1938) woonachtig. Ook in zijn Zwitserse periode bleef hij organisatorisch en propagandistisch volop actief. Hij had persoonlijk en via correspondentie contact met bekende en minder bekende figuren in allerlei pogingen verzet tegen oorlog en oorlogsvoorbereiding te organiseren. Zo had hij - om één voorbeeld te noemen - in 1930 een ontmoeting met Emma Goldman tijdens haar bezoek aan Genève. De Ligt en zijn vrouw waren erg geïnteresseerd in onderwijsvernieuwing en bezochten daartoe scholen in Hamburg en Wenen. Emma Goldman hoorde met enthousiasme De Ligt’s woorden hierover aan. ‘Jullie doen goed werk, de zaak ook van dien kant eens aan te pakken. Voor ieder die werkelijk anarchist is, is het vraagstuk van de vrije opvoeding van de allereerste betekenis.’
In deze periode publiceerde De Ligt ook een aantal grotere werken, waarvan de belangrijkste is Vrede als daad (I 1931, II 1933). Dit boek is een pionierswerk en een poging om de radicale antimilitaristische traditie in beeld te brengen. Ook moet genoemd worden zijn omvangrijke biografie van de door hem zeer bewonderde Erasmus (1936), die, zij het nog in feodaal-katholieke vorm, streed voor het vrije denken, de bevrijding van de mensheid en zich inzette tegen oorlog en geweld.
‘Er zijn weinig mensen in de wereld die zijn gelijke in wijsheid en geleerdheid zijn, maar hij had ieder vooruitzicht op succes of roem opgeofferd, door alle richtingen de rug toe te keren en zijn lot te verbinden aan dat der meest vervolgde mensen. Een levend symbool van een anti-geweldenaar, niet in staat om ook maar één onvriendelijke gedachte jegens een medemens te koesteren. Niettemin was hij een persoon die door alle geheime diensten in Europa nauwlettend in de gaten werd gehouden. Waarom? Eenvoudigweg omdat hij een man met een plan was: ieder staatshoofd zag in hem de voorvechter van het algehele vredesidee en daardoor de meest bevreesde tegenstander van de bestaande orde.’
Uit: Drie generaties spreken over Bart de Ligt (zie onder literatuur)
GEWELDLOOSHEID
We willen nu in kort bestek enkele van De Ligt’s centrale inzichten ten aanzien van geweldloosheid aanduiden.
De Ligt's benadering is sterk ethisch en cultuurfilosofisch geladen. Centraal staat voor hem ‘de mens als persoon’: de mens die zijn redelijke en zedelijke vermogens tot uitdrukking brengt. Dat kan alleen in vrijheid en gemeenschap. De Ligt ziet de persoonswording van de mens als doel en zin van de geschiedenis. Overigens plaatst hij deze wel in een verbondenheid met alles wat leeft: solidariteit is voor De Ligt een kosmisch begrip (hij was dan ook overtuigd vegetariër).
De vooruitgang in de geschiedenis in de richting van de mens als vrije persoonlijkheid gaat niet vanzelf, al spelen 'objectieve' factoren als economie en wetenschap daarbij een rol. Waar het echter om gaat, is dat de mens zelf, als subject op redelijke en morele wijze de omstandigheden beheerst. Deze vooruitgang moet bevochten worden, bijvoorbeeld in deze tijd op kapitalisme en militarisme, die allebei een aanslag vormen op de mens als persoon.
Hoezeer De Ligt oog heeft voor de noodzaak van structurele verandering, het accent ligt bij hem toch op de mens als persoon. Deze moet opgewekt en opgeroepen worden om zich tegen de destructieve krachten te verzetten. Het is niet zo, dat De Ligt een eenzijdig optimistisch mensbeeld had. Hij besefte, onder andere door de studie van de psychoanalyse, dat er in de mensen ook destructieve krachten schuilen. Waar het om gaat, is deze te sublimeren tot een constructieve kracht.
Van hieruit is De Ligt’s affiniteit met het anarchisme te begrijpen. In deze radicale vrijheidsfilosofie ligt de nadruk, veel meer bijvoorbeeld dan in het marxisme, op het individu. Hiermee zijn ook zijn strategische opvattingen verbonden: de nadruk op directe actie, dus op wat mensen zelf (en niet regering en parlement enz.) kunnen doen. De Ligt heeft zich veel moeite gegeven om deze strategie van directe actie te doordenken. We moeten hierbij denken aan de weigering om aan oorlog en oorlogsvoorbereiding mee te werken. Lag daarbij eerst de nadruk op de militaire dienstweigering, in toenemende mate beklemtoonde De Ligt de anarchistische gedachte van verantwoordelijk produceren en als pendant daarvan de weigering om slecht werk te verrichten. Immers, het functioneren van de oorlogsmachinerie is alleen mogelijk dankzij talloze werkzaamheden in fabrieken en transport. Non-coöperatie, burgerlijke ongehoorzaamheid en boycot worden zodoende belangrijke onderdelen van de antimilitaristische strategie. Hij plaatste deze in het kader van de bevrijdingsstrijd van onderdrukten, waarbij hij vooral dacht aan het proletariaat, de vrouwen en de gekoloniseerde volkeren - degenen die het meeste leden onder de huidige samenleving.
Bijzondere aandacht schonk hij aan de wetenschapsmensen. Hij meende dat velen van hen zich in vergaande mate geperverteerd hadden door bewust of onbewust mee te werken aan militarisme. Hij riep hen op om hun intellectuele gaven in dienst te stellen van de vrede en probeerde tevergeefs intellectuelen op deze basis te verenigen.
Daarmee komen we op een volgende punt: hoezeer De Ligt's benadering moreel gebonden is, hij trachtte zijn benadering ook wetenschappelijk en met rationele argumentatie te onderbouwen. We geven daarvan enkele voorbeelden.
Hij probeerde het verschijnsel oorlog en geweld te analyseren. Volgens hem stuwden kapitalisme en imperialisme in de richting van oorlog. Zijn kritiek op het 'burgerlijk' pacifisme was dat het zijn streven naar geweldloosheid niet verbond met maatschappijkritiek.
Strijd tegen oorlog en tegen kapitalisme zijn met elkaar verbonden. Bovendien: een kapitalistische vrede is geen echte vrede, die immers meer is dan afwezigheid van oorlog. Vrede en gerechtigheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geweld en oorlog zijn ook psychisch diep geworteld. Daarom moet het geloof in het geweld overwonnen worden.
De Ligt besteedde grote aandacht aan de mentale zijde van het oorlogsvraagstuk. Hij
onderscheidde tussen actief en passief militarisme, welke laatste het eerste mogelijk maakt. Zoals gezegd had hij grote belangstelling voor opvoedings- en onderwijsvraagstukken.


In zijn werken, met nam in Vrede als daad, trachtte hij te laten zien dat geweldloosheid door de hele geschiedenis en in vele culturen voorkwam. Het is niet zomaar een hersenspinsel, maar behoort tot de diepgewortelde onderstroom van de geschiedenis.
In zijn analyses probeert hij ook te laten zien dat geweldloze strijdmethoden meer dan eens doelmatiger zijn dan geweld. Hij meende dat deze argumentatie alleen nog maar aan kracht won door de steeds verdergaande wapentechnologie. Deze wordt zo alles vernietigend dat ze geen zinnig doel meer kán dienen.
Deze argumentatie trekt De Ligt door naar revolutionair geweld. Hij vond gewelddadig verzet in principe te prefereren boven berusting en passiviteit in onderdrukking. Hij probeerde echter aannemelijk te maken dat geweldloosheid een kracht is die boven het geweld uitgaat: in geweldloze strijdmethodes worden de krachten van geweld op een hoger niveau gebracht.
Ook het in marxistische en anarchistische kringen levende geloof in geweld heeft hij bestreden: geweld wordt inderdaad noodzakelijk als men denkt dat het onontkoombaar is. Het gaat er om nieuwe mogelijkheden te scheppen. Het bereiken van een socialistische samenleving wordt ernstig bemoeilijkt als men het middel van het geweld hanteert: het schept haat, hiërarchische verhoudingen enz. Om principiële en praktische redenen dient het middel in overeenstemming te zijn met het doel.
Zo heeft De Ligt een belangrijke bijdrage geleverd aan de principiële, praktische en historische doordenking van de vragen van oorlog, geweld en geweldloosheid. Hij wijdde daar zijn leven aan. Zoals hij kort voor zijn overlijden schreef:
‘Zonder twijfel zal de strijd, die de antimilitaristische pacifisten zijn begonnen, zeer zwaar zijn en zeer langdurig. Hij eist van hen grote opofferingen en onveranderlijke toewijding. Doch deze strijd heeft zin, terwijl oorlog en militarisme geen zin meer hebben, doch een even gevaarlijke als onmenselijke waanzin geworden zijn, en het dus onzin is, om daaraan zijn leven en krachten te wijden.’
LITERATUUR
Gernot Jochheim, Antimilitaristische Aktionstheorie. Soziale Revolution und Soziale Verteidigung. Frankfurt/Main 1977. Nederlandse bewerking: De Wapens Neder. De Haktol. Nijmegen 1985.
Geweldloosheid. Een briefwisseling tussen Bart de Ligt en Mohandas K. Ghandi. Inleiding en nawoord door Evert van der Tuin. Amsterdam 1983.
Bart de Ligt, De intellectuelen en de moderne oorlog. Inleiding en toelichting van Herman Noordegraaf. Bergen (NH) 1986.
Drie generaties spreken over Bart de Ligt: vredesactivist, christensocialist, anarchist, vrijdenker en humanist. Een herdenkingsboek onder redactie van Herman Noordegraaf en Wim Robben.
H. Noordegraaf, P. van Dungen, W. Robben: Bart de Ligt. Vredesactivist en vredesonderzoeker.
(Toegevoegd in 2026:)
In 1983 wijdde het anarchistische tijdschrift De AS een themanummer aan Bart de Ligt. Herman Noordegraaf schreef er voor het openingsartikel. Het hele nummer is hier te lezen: https://www.tijdschrift-de-as.nl/documenten/de_AS_062.pdf




Opmerkingen